NEHEMIA

                Deel  4

                             Door Hans Hofman 

 

In deze les wil ik u meenemen langs enkele taken waarin zij door de Heer en

onder het leiderschap van Nehemia zijn aangesteld. We kijken hiermee naar

de bepaalde functies van strategisch opgestelde mensen.

In de eerdere lessen zagen we al dat het heel erg belangrijk is binnen de

gemeente (of welke vorm van gemeenschap of bedrijf dan ook) dat een duidelijk

plan en strategie noodzaak zijn om een stabiele, krachtige en  groeiende

gemeente te hebben.

Helaas word het niet groeien van een gemeente nog te vaak met allerlei excuus

bedekt. Groei is een bijbels dus een gezond principe!

 

TAKEN (in het boek Nehemia)

 

In Nehemia 12:44-47 zien we mannen die aangesteld zijn over de voorraadkamers.

Voorraadkamers voor: De heffingen

                                 De eerstelingen

                                 De tienden

 

Deze mannen worden in 1 Kronieken 26 samen genoemd met de poortwachters,

de opzichters en de schatmeesters.

 

De namen van deze taken geven al iets aan van de inhoud. “wachthouden, zicht

op iets hebben, meesters die kennis en zorg hebben over de financiën.

 

Om een juist beeld van hun taak te krijgen, ontkomen we er niet aan om ook de

inhoud van de voorraadkamers te gaan bekijken.

In deze kamers werden dus de heffingen bewaard.

De instelling van de “heffingen” vinden wij in Numeri 5:5-10.

Een heffing had te maken met de vereffening van een zonden schuld. Had iemand,

man of vrouw, een zonde begaan tegenover een ander, dan had die ander daar

een schade door geleden. Maar men was door te zondigen ook ontrouw aan de

Heer geweest. En hiermee had de zondaar een schuld op zich geladen.

 

Dan lezen we in Numeri 5:7 hoe men dit weer in orde kon maken.

A.         De begane zonden belijden.

B.         De volle waarde van de schade vergoeden aan de gedupeerde, vermeerderd

            met een vijfde.

C.         Is er geen persoon (meer) waaraan de schuld vergoed kan worden, dan zal

            de schuld die vergoed moet

worden, aan de Here vervallen, ten bate van de priester, ongeacht de ram der

verzoening, waarmee deze (priester) over hen verzoening zal doen…

 

We zien dus dat in het OUDE testament heel duidelijk gesproken word over het

zonden probleem. Maar ook in het NIEUWE testament zien wij o.a. in 1.Joh.1:9 dat

waneer wij gezondigd hebben wij deze zonden bij name moeten belijden aan God.

 

Ook de Here Jezus spreekt over (Matt.5:21-26)  het in orde maken tussen twee of

meer personen en hij verwijst hierbij terug naar de wet. Echter hier in het nieuwe

testament gaat Jezus een stap verder! Hij geeft hier in vers 23 duidelijk aan dat,

voordat je een gave aan God brengt, je eerst de zaken op orde moet brengen, voor

je, je gave aan God brengt.

 

Er is hier dus geen verschil tussen het oude en het nieuwe testament.

In ons rijke westen kennen wij tal van verzekeringen waarmee wij

schadevergoedingen kunnen regelen en dat is heel mooi.

Maar niet iedere schade is op die manier te regelen. Ik denk aan diefstal, liegen,

moord, manipulatie, enz.

Door leugen en manipulatie zijn al heel wat mensen, organisaties, bedrijven en

kerken beschadigd en enorm tekort gedaan.

Bij stelen is het heel goed mogelijk de schade in orde te maken... enz.

 

Het derde aspect wat we in Numeri zien is de betaling aan een priester.

 

Wel, ik heb daar tijdens mijn evangelisatietochten in o.a. Portugal toch wel heel

verdraaide zaken van gezien. Zo moesten 2 onderwijzeressen die een belofte aan

Fatima maakten een boete betalen aan een priester omdat zij hun belofte niet na

hadden kunnen komen. Zij hadden namelijk beloofd 200 km te lopen als boete

doening, maar hadden dat door vermoeidheid en voetproblemen niet kunnen

volbrengen. Zij beleden dat aan de RK priester in het bedevaartsoord Fatima.

En deze zei: nu zal Fatima wel erg boos zijn. Maar als je mij 2 daglonen geeft dan

zal het je vergeven worden.

 

 

                                      Foto: misleide mensen kruipen  

                                             naar hun door mensen

                                                            gemaakte middelares Fatima. 

 

Prijst God dat wij daar met een team van 6 personen rondliepen om de mensen de

bijbelse boodschap van Jezus Christus te prediken. Deze 2 vrouwen liepen er over

na te denken en ontmoeten een Portugees teamlid van jawel 15 jaar jong, die hun

Jezus predikte. Zij hebben de boete niet betaald maar toen wel een bijbelcursus

aangevraagd bij het Portugese team.

In deze plaats werd ten eerste afgoderij gepredikt door mensen voor (een beeld)

Fatima te laten knielen enz.

 

In de tweede plaats worden mensen hier op een misleidende manier afgeperst van

het weinige wat de meesten daar al hebben. Tienduizenden worden daar jaarlijks

bedrogen in deze afgoderij. Terwijl er (bijbels) maar EEN middelaar tussen God en

de mensen is gegeven, Christus die Zijn bloed voor deze vaak arme mensen heeft

gegeven. 1.Tim.2:5, Joh.3:16, 1.Joh.1:9.

 

Zie: Jeremia 51:17 Gods waarschuwing tegen het vereren van beelden. Jer.33:3

Gods beloften waneer de mens Hem persoonlijk aanroept: Joh.10:9, Joh.8:31,32,

Romeinen 10:13. Joh.1:12..  

 

 Waneer een kind van God een schade wil vergoeden maar als dat om welke

reden dan ook niet mogelijk is aan de persoon of de gemeenschap waar tegen

gezondigd is, dan zou zo iemand een gave kunnen schenken aan b.v. een

zendings-hulp-organisatie.

Maar dit kan alleen waneer er eerst de zonden aan God en aan de gedupeerde(n)

is beleden.

Een materiele gave kan NOOIT een zonde teniet doen of de plaats van erkennen

en belijden van zonden innemen.

Alleen “erkenning, belijden en bekeren van zonden” bewerkt dat het bloed van Jezus

Christus ons reinigt van alle ongerechtigheid. Zie. 1.Joh.1:6-9. Daar kan (na de dood

en opstanding van Jezus in het NT) niets aan toegevoegd worden.

 

De wettelijke bijdragen (in het O.T.) waren voor de levieten en voor de priesters

zodat zij hun dienst konden doen en natuurlijk ook konden leven. (Hier was ook

vlees van de offers bij. Iets heel anders dus dan waar wij vandaag aan zouden

denken.) Zij droegen zorg voor de dienst van hun God en voor de reinigingen;..

Neh.12:44-45.

 

Nu in de nieuwtestamentische gemeente kennen wij wel “de dienst aan God” maar

niet meer de reinigingen van bekers, melaatsen (Lev.14), enz. zoals in het oude

testament onder de wet moest gebeuren.

 

De Priesters hadden een voorgaande en dienende taak in het huis van God.

Denk aan de offer en verzoeningsrituelen waar zij duidelijk een bemiddelende

maar ook een dienende taak vervulden door het klaarmaken van de offers en de

handelingen bij de reinigingen van o.a. genezen melaatsen, enz.

 

SCHATMEESTERS

Wie waren er nu schatmeesters? Volgens de oude Staten vertaling vinden we dit

in Nehemia 13:13.

Nehemia: Ik stelde tot schatmeesters  over de schatten Selemja de Priester , en

Zadok de Schrijver / Schriftgeleerde, en Pedaja uit de Levieten; en onder hun

leiding Chanan, de zoon van Zakkur, de zoon van Mattanja; WANT ZIJ WERDEN

BETROUWBAAR GEACHT, en het was hun taak, aan hun broeders uit te delen.

(zij droegen zorg over de voorraadkamers. Neh.13:13)

 

Schatmeesters:            A.  Priester, Schriftgeleerde /schrijver, st.vert), leviet,

B.  Helpers van deze mensen

 

Kenmerkend vereiste:    C.  Waren bekend als betrouwbaar.

 

Taak:                           D.  Uitdelen aan de broeders.

 

Naar de schatkamers werd gebracht: De tienden van het koren, de olie, de most,

enz. Kortom alles wat voor het levensonderhoud van mensen en de tempeldienst

nodig was.

Nu is er vaak discussie over tienden, is het nu ook voor vandaag in de nieuwtes-

tamentische gemeente of was het alleen voor de oudtestamentische gemeente?

Er is vandaag ook veel discussie over armoede in deze wereld. En wij kunnen ons

afvragen of deze twee zaken met elkaar verband houden.

Ik ga niet de schuld van de armoede op de gemeente van Jezus Christus leggen.

Helaas trappen heel wat mensen in de val van de duivel om allerlei schuld op

zichzelf te laten leggen waar zij in feite part nog deel aan hebben.

Ook is “niet alle” armoede werkelijke armoede maar een gevolg van financieel

wanbeleid. Hier is advies en onderwijs beter op haar plaats dan dozen met eten,

waardoor men nog niets leert uit de situatie.

Wel gemakkelijk maar niet opbouwend. Hulp moet dus altijd samen gaan met

onderwijs en hulp moet

constructief zijn, zodat mensen zichzelf weer leren te onderhouden.

 

Zijn er werkelijk noodlijdenden in de gemeente (en goed toetsbare naasten in de

omgeving)? Daar zijn bijbels gezien de voorraadkamers voor.

In de gemeente van Jezus Christus behoord geen armoede te zijn.

Delen is een kenmerk van Gods Koninkrijk.

Een voorraadkamer zou een belangrijk onderdeel in de gemeente moeten zijn.

Wel te verstaan voor het bijbelse doel: het uitdelen aan de behoeftigen in de

gemeente.

Hierover aangesteld: Een team van meerdere betrouwbare personen samengesteld

uit verschillende afdelingen.

(dus niet drie oudsten of drie kinderwerkers, enz.) Betrouwbaarheid moet het

kenmerk zijn in ieder detail.

Diaken: In het Grieks dia’konos = dienaar. In het NT worden de eerste diakenen

zichtbaar in Handelingen 6:1-6.

Alhoewel het woord diaken hier nog niet word genoemd.

 

Het gaat hier in dit gedeelte om het uitdelen van voedsel aan de weduwen, die

volgens sommigen te kort kwamen in de verzorging.

 

De apostelen gaven wel duidelijk te kennen, dat dit niet ten koste mocht gaan van

de prediking van het woord en de gebeden waar zij zich continu mee bezig hielden.

 

Het geweldige in dit bijbelgedeelte is dat wij zien dat waneer de gemeente

haar taak ook hierin oppakt dat God door Zijn Heilige Geest het

woord nog meer bevestigde en dat meer en meer mensen zich bij de

gemeente aansloten. Zie: Hand.6:7.

 

In Nehemi 13:6-11 Zien wij een ander financieel probleem. Gedurende de

afwezigheid van Nehemia,  had men de bijdragen waaruit de werkers in de

gemeente (de tempel) onderhouden moesten worden verzaakt te geven.

GEVOLG, de werkers (de Levieten en de zangers die de dienst verrichten in de

tempel) waren noodgedwongen, ieder naar zijn eigen akker vertrokken, om zo weer

zelf in hun levens onderhoud te kunnen voorzien.

 

Ik wil in dit verband ook de werkers op het zendingsvelden betrekken.

Ook zij behoren onder de verantwoording van het huis van God, de gemeente.

 

Nehemia onderhield de leiders hierover (13:10) en zei: “waarom is het huis Gods

aan zijn lot overgelaten? “

 

Nehemia: “Ik bracht hen weer bijeen en stelde hen op hun post. En geheel Juda

bracht de tienden van het koren, van de most en van de olie WEER NAAR DE

VOORRAADKAMERS.”

(Het ging hier dus niet om geld maar om goederen voor levensonderhoud en de

tempeldienst). Zie verder betreffende “voorraadkamers in het voorgaande in deze les.

 

OPZICHTERS

 

In Numeri 4:16 zien we een voorbeeld van de taak “opzichters” (of toezichthouder).

Hier zien we de omschrijving van de toezichthoudende taak van de “priester” Eleazar.

 

Ik zou hier een parallel willen trekken met de “priester” in het Nieuwe Testament in

1.Petrus 2:9.

 

Hier in Numeri zien wij de “taak”, in 1.Petrus de basis voor de taak in het licht van

het Nieuwe Testament, dus voor de Nieuwtestamentische gemeente van Jezus

Christus.

De wederom geboren mens (door bekering tot- en geloof in God en doop in water),

het kind van God, word hier “een koninklijk priesterschap” genoemd.

Hier word niet meer een selecte groep zoals in het oude testament bedoeld, maar

alle gelovigen die door het geloof in de dood en opstanding van Jezus christen zijn

geworden.

Dit is de bijbelse basis van waaruit een taak in de gemeente van Jezus Christus

vervuld kan en mag worden.

B.v. het ambt als opziener en diaken. (Fil.1:1, 1.Tim.3:1-10, vergelijk: Hand.6:1-3, 6.

 

Ik zou ook een lijn willen trekken van de opzichters en poortwachters, enz. naar

Efeziërs 4:11-16 Waar we lezen over de vijfvoudige  bediening, waar Paulus over

spreekt en die tot doel heeft:

A.         De heiligen toe te rusten tot dienstbetoon.

B.         Het lichaam van Christus de gemeente op te bouwen.

C.         De eenheid van geloof en volle kennis in Jezus Christus te bewerken.

D.         De gemeente tot de mannelijke rijpheid, de maat van de volheid van

            Christus te brengen.

E.         De gemeente te trainen mondig en stabiel in het geloof te zijn.

F.         De gemeente hierdoor weerbaar te maken tegen valse leer en andere

            strikken.

G.        Hierdoor de geestelijke groei te bevorderen in de gemeente.

H.        Hierdoor ook de eenheid te bewerken in de gelovigen.

I.          Ieder lid te motiveren en te stimuleren tot levend actief geloof.

J.         Het einddoel voor te houden: opbouw van het lichaam van Christus in de

           liefde.

 

Zo zien we ook in het boek Nehemia dat ieder lid zijn taak en plaats had en het

totaal tot het volbrengen van het einddoel leidde.

 

A.  Nehemia werd door Gods Geest geleid tot dienstbetoon aan zijn volk.

     Neh.1 en 2

B.  Nehemia roept de Joden, priesters, edelen, beambten en leiders op tot her

     opbouw.

C.  Nehemia heiligde de herbouwde delen. Neh.3:1

D.  Het volk werd onderwezen zich te heiligen en riepen hen op de Here te prijzen.

     Neh.9.

E.  Het volk werd aangemoedigd in standvastigheid en volharding bij tegenstand.

     Neh.4

F.  Het volk leerde keuzes te maken in het kiezen van de juiste relaties.

     Neh.13:1-3

G.  Na de dag van heiliging en reiniging in Neh.9 gingen zij een verbond aan alle

      inzettingen die het

      woord van God aangeeft te onderhouden.

H.   Het einddoel waar Nehemia naar streefde is een veilige thuishaven voor zijn

      volk en dat zijn volk

      in volkomen onderwerping en in toewijding aan de God des hemels in volkomen

      vrijheid zou leven.

 

POORTWACHTERS

 

In 2.Sam.18:26 lezen we voor het eerst over de poortwachter.

In dit vers zien we dat de wachter op de stadsmuur uitkeek en waneer er iemand

aankwam, riep en waarschuwde deze de poortwachter. In de staten vertaling,

gewoon “portier” genoemd.

 

In 2.Kon.7:10-11 zien we nog een zelfde beschrijving van de poortwachter.

 

Ook in 1.Kron.9:17-18 zien we poortwachters bij de legerplaatsen der Levieten.

En in vers 19 word te taak “dorpelwachter” genoemd. Deze laatste bewaakten de

ingang van de tent der samenkomst. In vers 22 zien we dat hier met poortwachters

en dorpelwachters hetzelfde beroep word bedoeld. “…uitgekozen waren tot

poortwachters bij de dorpels,….”

 

In Ezra 2:36-42, 70; 7:6-7,  zien we temidden van een lijst van teruggekeerden uit

de ballingschap ook weer de voorgaande taken terug: Priesters, Levieten, Zangers,

Poortwachters,….

 

Nu in Nehemia 7:1, 45,zien wij de poortwachters weer aangesteld worden na het

gereed komen van de stadsmuur en het afhangen van de stadspoorten.

Ook werden op dat moment, na het gereed komen van de muur, de zangers en de

levieten aangesteld door de stadhouder Nehemia.

 

In Neh.10:28-30 staan de poortwachters ook genoemd bij hen die zich volkomen

wilden toewijden en volkomen wilden onderwerpen aan het woord van God.

Ook word hier genoemd het niet vermengen met mannen en vrouwen uit andere

volken waar men andere goden en daarmee verbonden gewoonten heeft.

Zij gaven zich dus volkomen aan de God van Israël die hen uit Egypte en uit

andere verdrukkingen geleid had. Zij onderschreven het woord van God volkomen en

besloten iedere compromis af te wijzen.

 

Wij zien hier dus mensen die aan God toegewijd zijn en die evenals de opzichters

scherp toezien op de veiligheid van de stad (de gemeente) zodat niet alles zonder

toetsing binnen gebracht kan worden.

 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij al direct in het begin in Neh.2:10, 19 zien

hoe de vijand in paniek raakte toen deze over de herbouw hoorden.

Zo zien wij ook in de gemeenten vaak dat zodra er duidelijke doelen gesteld gaan

worden voor geestelijke herbouw, versterking en uitbreiding van activiteiten,

de duivel al heel snel op slinkse en vaak vrome wijze in actie komt om de zaak te

ondermijnen, te verwarren en zomogelijk stil te leggen.

De vijand heeft er geen enkel probleem mee waneer een gemeente in een

stilstaande traditie vervalt. Zolang er maar niet gebouwd word, geestelijk, in

activiteit, of in ruimte, zal er weinig strijd zijn.

 

Nehemia roept ons echter op tot een levend en actief geloof. Hij roept als strateeg

op tot alertheid en waakzaamheid. Hij roept op ieder zijn plaats in te nemen en

zijn taak ten volle uit te oefenen.

Hij roept op tot heiliging en toewijding aan de Heer de God des hemels.

 

DE ZANGERS

 

De zangers die zoals we al gezien hebben geregeld in één zin samen met de

poortwachters enz. worden genoemd zien we o.a. in 1.Kron.25:1-8b.

 

Deze eersten waren zonen van Asaf (bekend liedschrijver uit de Psalmen 50-83)

Maar we zien in de Psalmen 42-49 ook leerdichten van de nakomelingen van

Korach (de Korachieten).

 

We zien in 1.Kron.25:7 de zonen van Asaf, die profeteerden bij het spel van

harpen, citers, en cimbalen. Dan zien we in verzen 3-7 de zonen van Jedutun

onder de leiding van hun vader, profeteren, loven en prijzen van de Here onder het

spel van de citer.

Zo is daar ook Heman en zijn zonen die de woorden Gods vertolkten voor de koning..

En al deze mensen namen deel aan het gezang in het huis des Here met cimbalen,

harpen en citers bij de dienst in het huis Gods…

 

Deze zangers - profeten waren afgezonderd voor de dienst aan God. 1.Kron.25:1

 

Zij waren door koning David aangewezen en afgezonderd. (25:2)

 

Zij stonden onder leiding van…. (hun vader Asaf, Jedutun, ….)

 

Zij profeteerden onder loven en prijzen van de Here. (25:3)

 

Verder is daar Heman, de ziener van de koning, die de woorden Gods vertolkte

om de “hoorn” te verhogen (=machtig te maken) (zie ook: Luc.1:69)  “En heeft ons

een hoorn des heils opgericht” = “God heeft een Hoorn van redding  opgericht”.

“een machtige en dappere helper, de auteur van redding ) voor ons in het huis

van David zijn dienaar”. The Amp.vert luk.1:69.

 

Conclusie zangers: Neh.12:46, Oorsprong der zangers ligt in de dagen van

David en Asaf, zij waren aangesteld en getraind (1.Kron.25:7) om dienst te

doen in het huis van God.

 

Taak: Zang, muziek, profeteren, woorden van God vertolken.

 

Hieruit blijkt dat de taak van zanger – muzikant in het huis van de Heer, in de

gemeente, een taak is voor mensen die een goede relatie met God onderhouden.

Toegewijd zijn aan God en Zijn woord, om de stem van de Heer te kunnen verstaan

(te kunnen onderscheiden) en Zijn speciale boodschappen, woorden middels zang

en profetie te kunnen doorgeven en te vertolken voor het volk van God.

(profeet / profetie: Gods woordvoerder, hij die verkondigt wat God hem door inspiratie

in de mond heeft gelegd (Jer.1:9)

 

Nehemia roept ons op tot een levend en actief geloof. Hij roept als

strateeg op tot alertheid en waakzaamheid. Hij roept op ieder zijn

plaats in te nemen en zijn taak ten volle uit te oefenen.

In het nieuwe testament vinden wij dit ook duidelijk terug in de

brieven van Paulus.

Evenals Nehemia roept ook Paulus ons op tot heiliging en

toewijding aan de Heer de God des hemels, de God van de bijbel.