NEHEMIA

Deel 3

 

 

 

 

DE PLAATS VAN HET WOORD

 

Een ander kenmerk bij de herbouw van de muur en de opbouw van het volk is de

belangrijke centrale plaatst van het woord van God.

Als we net als in de voorgaande lessen naar Nehemia kijken, dan zien wij een

man die in het woord van God  is onderwezen.

Een man in wiens leven de God des hemels en het woord nummer een zijn.

Gods woorden zijn, zijn fundament. In alles wat Nehemia ondernam zien wij zijn

relatie en omgang met God en Zijn woord terug. We zien ook dat “al wat hij

onderneemt gelukt” (vergelijk: Ps.1:1-3).

In het leven van Nehemia zie je dat hij het woord van God gebruikt als een lamp voor

iedere stap die hij onderneemt en dat het woord zijn pad verlicht. verg. Ps..119:105

In zijn besluiten en antwoorden raadpleegde Hij God. Zijn geest was verbonden in

de Geest van God.

 

In Neh.6:1 lezen we dat er in de muur geen bres meer was overgebleven alleen de

deuren moesten nog aangebracht worden.

De tegenstanders waren van het klaar komen van de muur op de hoogte gekomen.

Direct veranderden zij hun aanvals strategie. Zij wilden Nehemia weglokken van

zijn taak door hem uit te nodigen voor een samen komen in het dal van Ono.

Nu, de naam zegt al genoeg “O no” MAAR: Nehemia zond een DUIDELIJKE

BOODSCHAP: “Ik ben bezig een groot werk te doen en kan niet komen.

Waarom zou het werk stil liggen, doordat ik het verliet en tot u kwam?”

4 x probeerden zij mij in dezelfde val te lokken, en ik gaf hen steeds het zelfde

antwoord! Neh.6:4.

 

Nehemia geeft ons hier een duidelijk voorbeeld van standvastigheid en volharding

door zich niet van zijn taak te laten afhouden. Niet door misleiding, niet door vrome

uitnodigingen, hij hield vast aan zijn visie en voerde die uit. Zo moeten ook wij meer

en meer leren het lichaam van Christus en Zijn opdrachten te onderscheiden van het

schijn lichaam en van de misleidende plannen van satan. Satan doet zich voor als

een engel van het licht, maar zijn doel is Gods kinderen te misleiden, te beroven en

te doden.  

 

Wij moeten dus net als Nehemia standvastig in de Heer en Zijn woord zijn en

wandelen in de Heilige Geest. Dit is ook de houding die wij ten opzichte van Gods

woord moeten hebben.

Vast houden. Je niet laten afleiden of laten misleiden. Satan zal altijd het woord

van God uit je hart willen wegroven. Hij zal daarmee ook je relatie met God

verstoren, je verzwakken en uiteindelijk geestelijk onderuit halen.

Wanneer je dus met het woord bezig bent: lezen, prediken, onderwijzen, of welke

vorm van opbouw dan ook, laat je dan niet van je taak weglokken maar geef het

antwoord wat Nehemia gaf aan zijn tegenstanders: “Ik ben bezig een groot werk

aan het doen en kan niet komen…”

 

In Nehemia 8 lezen we over het voorlezen van de wet. Ook zien we hier EZRA de

schriftgeleerde.

Hij haalde het boek der wet van Mozes, die de Here aan Israel gegeven had.

Toen bracht de priester EZRA de wet voor de gemeente, zowel mannen als

vrouwen en ieder die het kon begrijpen,…… En hij las daaruit voor op het

plein….. Ezra opende dus het boek ten aanschouwen van het gehele volk,

want hij stond op een houten verhoging, dus hoger dan het gehele volk.

En zodra hij het boek opende stond het gehele volk op.

Het gehele volk hoorde aandachtig naar het boek der wet.  Neh.8:1-6.

 

a. Hij opende het woord van God voor de gemeente.

b. We lezen ook “ten aanschouwen van het gehele volk”

c. Plaats: buiten op een plein.

d. Het volk stond op als het woord werd voorgelezen.

 

Wat hier o.a uit te leren valt is dat priester / schriftgeleerd Ezra een duidelijke

bediening had.

Verder dat het woord van God geen enkel punt van discussie was, maar centraal

midden tussen het volk aanwezig was en duidelijk voorgelezen werd en waar

nodig uitgelegd werd zodat iedereen het kon begrijpen.

Er was respect voor het woord van God – blijkt (hier) uit het gaan staan van het

volk bij het voorlezen.

(wil niet zeggen dat iemand die zit te luisteren geen respect voor het woord heeft,

maar toch…)

 

In Nehemia 9 lezen we opnieuw over de nakomelingen van Israel en het voorlezen....

In 9 vers 2 zien we dat het volk zich gaat heiligen en zich afscheid van de niet

nakomelingen van Israel.

Zij gingen weer voor het aangezicht van de Heer staan en men begon weer uit het

woord van God voor te lezen. ¼ deel van de dag las men voor. Een ander ¼ deel

beleden ze hun zonden en ongerechtigheden en bogen zich neer voor de Here hun

God. (vers 3).

Ook in Neh. 8:10-11 sprak Ezra, en de Levieten hielpen het volk het woord te

begrijpen en ook gaven zij aan dat die dag een heilige dag voor de Here was en

dat zij dan niet moesten treuren of huilen.

Nee op die heilige dag voor de Heer moesten zij geen rouw bedrijven maar

lekkernijen en zoete dranken drinken en ook moesten zij daar iets van zenden aan

hen voor wie niets bereid was (die dat niet hadden.)

 

De opdracht voor Gods volk was hier dus zich te verheugen in de Heer en dat

zowel geestelijk als stoffelijk te vieren door lekker te eten en vreugde te hebben

in de Here. “..want de vreugde in de Here , die is uw toevlucht.” Neh.11b

 

In 8:7 lezen we ook, dat het samenkomen feestelijk en tot eer van God was.

En zodra hij het boek opende, stond het gehele volk op. Ezra loofde de Here,

de grote God, en het gehele volk antwoordde, terwijl het de handen omhoog hief:

Amen, Amen

 

Het is dus een normale bijbelse zaak de handen op te heffen tot God en als

antwoord op het woord een hoorbaar Amen (zo is het) uit te spreken.

 

VRAGEN

 

1. Wat zegt Jezus over het woord in Joh. 5:24 ? ………………………………….   ……………………………………………………………………………………………

 

2. Wat zegt Jezus over het woord in Joh.15:7 ? ……………………………………

    …………………………………………………………………………………………

3. In Joh. 8:47 zien wij Jezus een duidelijke scheidslijn heel scherp neer zetten.

    Waaruit blijkt of wij werkelijk bij God horen of niet? ……………………………

    ..............................................................................………………………..

 

4. Wat zegt Petrus in 1.Pe.1:25 …………………………………………………….

 

5. Wat hadden de mensen in Filadelfia bewaard ondanks dat zij maar kleine

    kracht hadden Op.3:8 ?

    ……………………………………………....................................…………….

 

6. Wat werd er in de dagen van Nehemia ten aanhoren van het volk uitgesproken

   ? Neh.13:1 ...................………………………………………………………….

 

7. De profeet Jesaja geeft in Jes.55:8-10 een duidelijke illustratie aan van wat het

    woord eigenlijk is en hoe het werkt. God zegt hier door Jesaja dat Zijn woord Zijn

gedachten zijn. Zo gebruikt God Zijn Geest en Zijn werkers om Zijn gedachten in ons

te zaaien en Hij doorvochtigt ons hart (bereid het voor met Zijn Geest en Zijn

gedachten) zodat het zaad van Zijn woord tot leven en ontwikkeling komt zodat het

in en door ons heen ook weer vrucht, zaad en voedsel zal voortbrengen.

Wij mogen daarin op Gods belofte vertrouwen. Welke belofte lezen wij in Jesaja

55:11?

    ………………………………………………………………………………………………

 

8. Gods woord zal dus niet leeg (zonder doel getroffen te hebben) terug keren naar

   God. Maar het zal volbrengen waartoe Hij het zend. God zend Zijn woord dus met

   een doel in ons en in anderen hun leven. Een van deze doelen vinden wij in

   Johannes 17:17. Wat staat hier over het woord?

    ………………………………………………………………………………………………

9. Welk doel (functie) van het woord voor ons leven staat hier beschreven? Joh.17:17

   .................................................................................. ……………………………

 

De waarheid is een onderdeel van onze wapenrusting Ef.6:14. In Joh 17:17 zien we

wat die waarheid in het leven van een kind van God nog meer inhoud dan waarheid,

namelijk onze heiliging. Waarheid maakt ons dus zuiver en rein in Christus.

Jezus en Zijn woord zijn beide de waarheid. Nehemia liet voorlezen uit het woord en

onderwees het volk uit het woord. Het woord van God stond in zijn dagen centraal

bij zijn volk. En het volk leerde zich aan leefregels te houden en er was een duidelijk

strategie om het volk te beschermen. Het bewerkte een eenheid binnen Gods volk.

We zien Nehemia bewakers neer zetten die naast hun gewone taak een taak

hadden om de muur en de stad te beschermen. Daarnaast waren er mensen  met

allerlei  andere functies met allemaal het zelfde einddoel: “in eenheid Gods volk zijn,

binnen een beschermde gemeenschap”. (wel in het licht van: “waar de Heilige Geest

is, is vrijheid” dus gezonde geestelijke groei en ontplooiingsruimte.

Maar waar wel iedereeen zijn plaats inneemt en zijn/haar taak vervult.

Zo heeft ook de gemeente van Christus, net als bij Nehemia en zijn werkers,

Geestvervulde leiders nodig met goede leiders capaciteiten die de gemeente van

Christus naar het doel wat Hij door Paulus aangeeft in o.a. Ef.4:11-17.

We vinden daar duidelijke richtlijnen voor in het woord van God. (zie. O.a.

1.Tim.3:1-16) Wijkt men daar van af, dan is het gevolg een gemeente die nooit in al

haar onderdelen gezond zal opgroeien en als los zand zal zijn in plaats van een

eenheid in Christus.

 

Mensen die vanuit een duidelijke relatie met God willen dienen en het volk dichter

bij de Heer willen brengen. Geen heersend manipulator maar, dienaren die samen

met andere bekwame geestvervulde mensen het huis (de stad / het volk) van God

de gemeente willen opbouwen en beschermen.     

Zij zijn deels verantwoordelijk dat het volk van God (de gemeente) tot

volwassenheid in Christus zal opgroeien. “Deels” want ieder individueel christen

heeft zelf de verantwoordelijkheid om zich te voeden met Gods woorden uit de

bijbel en de Heer in gebed te zoeken en naar Hem te luisteren, om zo zijn /haar

taak van uit die relatie met God te kunnen vervullen. Er moet dus altijd een

driehoeks verhouding zijn. Kind van God en leiders op de basis lijn en Christus in

de bovenste punt. Als beide leden (leider en gem. lid) op Christus en Zijn wil

afgestemd zijn zal men samen dichter naar elkaar en naar Christus toe groeien.

 

In de eerste gemeente in Handelingen 2:41-47 en 4:32-37 vinden duidelijk tot God

bekeerde mensen en die hadden blijkbaar geen enkele moeite om de gemeenschap

met God en de andere leden van de gemeente dagelijks te zoeken.

Zij volharden bij het onderwijs van de apostelen, evangelisten, leraren en herders.

Hand.2:42. vergelijk: Ef.4:11 (Filippus werd duidelijk gebruikt als evangelist,

maar Paulus weer meer als apostel en leraar, enz.)

In de eerste gemeente waren de mensen duidelijk ook verlost van egoisme.

4:32 Hun ego was gestorven met Christus en begraven in de waterdoop

(Hand.2:41) en zij waren opgestaan met Christus in een nieuw leven! Col.2:11-12 

 

Zoals het lichaam dagelijks voedsel nodig heeft zo heeft ook onze geest dagelijks

voedsel nodig.

Helaas word vaak alleen het lichaam (maag)en de ziel (gevoel , emotie, enz.)gevoed

en blijft de geest ondervoed of geheel afgesloten. God is Geest en Hij wil

vertrouwelijke omgang met onze geest. Een opnieuw-geboren kind van God kan

met zijn geest in contact staan met God, want God is Geest en wil aanbeden

worden in geest en in waarheid.

Hierin moeten gelovigen opgevoed worden door bijbels onderwijs en het actief

meeleven in de gemeente van Jezus Christus. (dit laatste houd natuurlijk niet in

“alleen de zondagsdienst bezoeken”, maar men moet getraind worden in

pastoraal werk, in evangelisatie, in het geven van onderwijs, enz. enz. (zie o.a.

ook: 1.Kor.14:26 , Ef.4,  2.Tim.2:2)

 

In het boek Nehemia zien we dat er ook duidelijk aan discipline gewerkt werd

en duidelijke taakverdelingen. (in een volgende les gaan we op enkele duidelijke

taken zoals we die in Nehemia vinden verder in). Wanneer dit door de Heilige

Geest geleid word en ieder zijn/haar plaats gewillig inneemt, dan zal er een

krachtige en groeiende gemeente ontstaan, waar men zich ook veilig voelt.

(een geestelijk thuis) Een thuis van waaruit men ook naar bereid om uit te gaan,

naar b.v. het zendingsveld, dichtbij of veraf groeit.

 

Drie bijbelse aspecten zijn hier in onvoorwaardelijk belangrijk:

 

A. Jezus Christus hoofd en opperherder van de gemeente.

B. Een duidelijke visie (doel: waar willen we heen als gemeente en welke strategie

    gebruiken wij).

C. Goed onderwijs, door de Heilige Geest geleid en in samenwerking (overleg) van

    een team.     (een leger zonder doel, zonder strategie en zonder eenheid binnen

    het leger en de leiding is krachteloos.)  

 

NAAR LES 4               TERUG NAAR LES 2