"OVERWINNINGSLEVEN"

 

                                     LES 4

                                

                   EEN HOGE ROEPING

                              Door: Hans Hofman

 

Beste vriend,

 

Wanneer u in afwachting van deze les de brief van Jakobus heeft gelezen, dan heeft

u naar ik hoop en bid ook ontdekt, hoe geweldig groot de liefde van God voor u is.

En hoe geweldig groot de roeping is waarvoor God u heeft geroepen door u het

evangelie van verlossing bekend te maken.

God heeft u door Zijn Zoon Jezus Christus gered om te leven als eerstelingen onder

Zijn schepselen.

(Jak. 1:18). Jezus zei: "Gaat dan heen, maakt al de volkeren tot Mijn discipelen en

doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en leert

hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. Matt. 28:19. Geen geringe roeping voor u

en mij.

God roept u om voor Hem een ambassadeur te zijn hier op aarde.

Een man, vrouw, jongen of meisje waar men naar toe kan komen in moeite én zorg.

Met levensvragen en in tijden van vertwijfeling.

Om samen met hen te bidden en Gods woord en liefde te delen.

God heeft u dus geroepen met een DOEL. Het doorgeven van Zijn liefde in

dienstbetoon in Zijn naam". Niet als baantje maar in en door een LEVENS-STIJL.

In eigen kracht zouden wij deze taak en hoge roeping nooit kunnen uitvoeren.

Maar door het opstandingsleven van de Here Jezus in u en in de kracht van de

Heilige Geest, gaat het er niet meer om wat wij zouden kunnen, maar wat GOD

DOOR U HEEN KAN EN WIL DOEN.

 

Johannes verblijdde zich elke keer als hij hoorde hoe andere christenen in

gehoorzaamheid aan deze roeping, wandelen (leven) in de waarheid en in de kracht

van God Hij verblijdde zich als men een goed getuigenis aan hem doorgaf over de

levenswandel en de gehoorzaamheid van de andere

discipelen.

(3 Joh.) Wat voor getuigenis gaat er van uw leven uit?

God kijkt niet naar wie of wat u bent, maar naar wie u bent IN JEZUS. God weet wie

u bent in uw eigen kracht maar Hij weet ook wie u bent wanneer u in en met Jezus

wandelt. Uit deze twee soorten van leven kiest God voor het beste. Wat kiest u?

 

In deze les gaan wij opnieuw samen met de Here Jezus een stap verder.

Deze lessen zijn niet zomaar bedoeld om wat bijbelstudie te doen maar om u te

"trainen" om als "volwaardige kinderen Gods" te Ieren wandelen" Tot een

getuigenis" voor de volkeren, tot eer en lof van God de Vader.

Aanbid Hem door uw levenswandel. Maak al de behandelde bijbelgedeelten tot

een deel van uw persoonlijk leven. Niet slechts tot verstandelijke kennis maar tot

een realiteit en een functioneel onderdeel van uw leven.

Misschien dat u in deze studie dingen tegen komt die u nog niet begrijpt omdat u

het altijd anders of misschien zelfs nooit eerder hebt gehoord. Stel dan vrijmoedig

vragen op de daarvoor aangegeven ruimte op de achterzijde.

Toets wat u leest aan het woord van God, de bijbel, en spreek er over in het gebed

met uw hemelse Vader . Bid altijd in de naam van de Here Jezus. Jak.1:5.

 


Vragen:

 

1.  Jakobus spreekt in Jak. 1 :2,3. over een soort test van uw geloof.

     Bovendien zegt hij dat wij daar blij mee moeten zijn. Waarom, wat werkt de

     beproefdheidvan uw geloof uit? Jak. 1:2 en 3.

     …………………………………………………………………………………………….

2. In vers 4 gaat Jakobus nog even door over die volharding.

    Waarom is deze volharding zo belangrijk? Welke functie, welk doel heeft dit in

    uw geloofsleven?

    …………………………………………………………………………………………….

3.  In een vorige les noemde ik u al het voorbeeld van een boom die eerst moet

     groeien voor hij  vrucht kan dragen en kan blijven staan in tijden van storm.

     Zo heeft ook deze beproeving als doel, dat u een stabiel en sterk christen wordt.

     Bomen moeten soms gesnoeid worden willen zij optimaal vrucht blijven of gaan

    dragen. Eerst wordt er dan gekeken welke takken geen vrucht dragen of zullen

    gaan dragen, zoals bij de betreffende soort behoort. Slechte en verkeerde takken

    moeten weggenomen, afgevoerd en vernietigd worden. Ook deze takken kwamen

    uit de ZELFDE stam als de goede takken. Waar komen verzoekingen vandaan?

    Jak. 1: 13, 14.

    ………………………………………………………………………………………………

4.  Wat gebeurt er als u in verzoeking de waarheid niet onderscheidt en u dit laat

    groeien tot het zonde baart? Jak. 1:15 …………………………………………………

    Verzoekingen zijn net als jonge wilde schoten waaruit takken voort komen die

    geen of slechte vrucht voort zullen brengen.

    In verzoeking moet u direct uw gedachten op Christus richten en zonden (slechte

    takken) belijden (wegsnoeien) aan God die in Jezus Christus deze onvruchtbare

    zaken vernietigd heeft op het kruis van Golgotha. (zie ook 1 Joh. 1 :9).

   ……………………………………………………………………………………………….

 

5. God heeft u lief en Zijn wil voor u, Zijn kind, is dat uw leven overvloeiende is van

    vrede, vreugde en blijdschap. Wat mag u doen met uw vragen in iedere situatie?

    Jak. 1:15  …………………………......................................................................

 

6.  Hoe moet u bidden om antwoord te krijgen? Jak. 1:6 ……………………………….

 

7.  Wat is geloof volgens Hebreeën 11: 1 ?  ………………………………………………     ………………………………………………………………………………………………….

 

8.  Geloof is een volledig vertrouwen hebben in dat wat God in Zijn woord zegt.

     En vanuit dit volledige vertrouwen handelende in de zekerheid dat God Zijn woord 

     zal bevestigen in getrouwheid b.v. toen u uw zonden beleed aan God deed u dit

     in het vertrouwen (geloof) dat God deze naar Zijn belofte zou vergeven door het

     offer en het bloed van de Here Jezus.

     God bevestigde deze "geloofs-handeling" van u door u Zijn vrede te schenken.

     U voelde u innerlijk schoon en ervoer vrijmoedigheid tegenover God om met Hem

     te communiceren en om Hem te danken. Hebr. 10: 19.

     Soms is het voor ons mensen moeilijk om te volharden op de vaak eenzame

      weg met God in reinheid en geloof. God heeft u lief en weet dit

     (Hebreeën 10:32-36 en 2: 18). Wat hebben wij nodig volgens Hebr. 10:36? 

     ………………………………………………………………………………………………

   

9. Wat moet u niet prijs geven? ……………………………………………………………

 

10. Deze vrijmoedigheid kunnen wij vasthouden door in gehoorzaamheid, reinheid en

     liefde voor Jezus te leven.  Deze vrijmoedigheid heeft u nodig om als christen het

     volgende bevel te  kunnen uitvoeren.  WELK bevel gaf Jezus in Marcus 16: 15?

     ...................................................................... ……………………………………

       ……………………………………………………………………………………………

11. En welk bevel in Matteüs 28: 19? ……………………………………………………

     .................................................................................................………………

 

12. En welke opdracht geeft God in 2 Timotheüs 2:2? …………………………………

     ....................................................................................................................

13. In Jak. 2: 14-26 wijst Jakobus erop, dat geloof alleen levend en functioneel is als

     het gepaard gaat met werken.

     Geloof is dus een ACTIE vanuit de vertrouwensrelatie die u heeft met Jezus en

     God de Vader. Marcus 16:17 zegt, dat TEKENEN zullen volgen wanneer de

     GELOVIGEN in ACTIE komen.

     Genezingen enz. zullen volgen wanneer de gelovigen hun handen op de zieken

     zullen leggen. Deze tekenen volgen dus NA een ACTIEVE HANDELING, in het

     vertrouwen op God en in

     gehoorzaamheid aan Zijn woord de bijbel. Het is dus in feite God die Zijn woord

     DOOR het kanaal van uw geloofshan­deling, Zijn woord, bevestigt.

     Dat zijn de vruchten die u gaat voortbrengen als u uw GELOOFSWOR­TELS

     uitstrekt in Gods woord. Daarom is Jak. 1 :21

     en 22 zo belangrijk in uw leven. De duivel haat dit soort van overvloedig leven

     uit God.

     Wat zegt God dat wij moeten doen met hem? Jak. 4:7 ……………………………

 

14. God geeft de Heilige Geest aan een ieder die daar tot Zijn eer om bidt.

      Het is de Heilige Geest die u Gods woord te binnen brengt op de momenten

     dat u een bepaald schriftgedeelte nodig heeft. God zegt:"Berg Mijn woord in

     uw hart". (niet slechts in uw hoofd). Maak het een  deel van uw leven.

     dan zult u samen met de Heilige Geest de grote opdracht "MAAKT AL

    DE VOLKEREN TOT MIJN DISCIPELEN" kunnen uitvoeren.

    Welke belangrijke functies heeft  het woord volgens 2Tim.3:16?  …………………

    ..................................................…………………………………………………….

 

15. Met welk doel? 2 Tim. 3:17. …………………………………………………………

 

16. God gaf volgens Efeziërs 4: 11 vijf verschillende bedieningen aan Zijn kerk, dat

      zijn de wederomgebo­ren  kinderen van God die samen wereldwijd het lichaam

     van Christus vormen; in een latere les komen wij hierop terug.

     Met welk DOEL gaf God deze vijf bedieningen  (taken) in Zijn werk? Efez. 4: 12

     ……………………………………………………………………………………………

17. In wat voor omstandigheden namen de Tessalonicenzen het woord aan?

     1.Tess. 1:6 ....…………………………………………………………………………..

 

18. Met wat voor innerlijke houding namen zij dit woord aan ondanks de negatieve

     omstandigheden? 1 Tess. 1:6

     ……………………………………………………………………………………………

 

19. In Filip. 3:18 waarschuwt Paulus ons om niet als vijanden van het kruis te

     wandelen door ongehoor­ zaamheid, onreinheid enz. Hoe behoren wij dan wel te

     wandelen? 1 Joh. 2:6.

      …………………………………………………………………………………...……… 

20. Hoe wandelde Jezus? Handelingen 10:38 ............. ………………………….…...

      ……………………………………………………………………………………………

 

21. Hoe zendt Jezus u als Zijn discipel (als christen) uit? Joh. 20:21 …………..……

      ..................................................................................................................

 

22. Jezus was gezalfd met de heilige Geest en met kracht.

      God belooft in Zijn woord ook aan u  deze zelfde kracht en deze zelfde Geest

      te geven (Joh. 16:7. Hand. 1:8) Wat belooft Jezus u in Joh. 16:23.24?

      ….…………………………………………………………………………………………

     …………………………………………………………………………………………….

      en in 1 Joh. 5:14,15?  ………. ……………………………………………………….               

      ……………………………………………………………………………………………

.

              "DAAROM KAN HIJ (JEZUS) OOK VOLKOMEN BEHOUDEN

     WIE DOOR HEM TOT GOD GAAN, DAAR HIJ ALTIJD LEEFT OM VOOR

                                 HEN (U) TE PLEITEN. Hebr. 7:22

    WIE IN DE ZOON VAN GOD GELOOFT, HEEFT HET GETUIGENIS IN ZICH;

                                                1 Joh. 5:10a.

 

Voordat u volgende week aan les 5 begint,

leest u dan eerst: Genesis 1 t lm 30. en "de brief van Judas".

 

 Wilt u naar les 5 ? Ga naar menu 2 submenu 5

 

Antwoorden nakijken?  menu 2 submenu 10